Joden steeds slechtere positie onder Chavez

Venezuela, voorjaar 2009

De joodse gemeenschap van Venezuela krijgt het steeds moeilijker onder het bewind van president Hugo Chavez. Toen deze in 1998 president werd, woonden er 22.000 joden in het land, nu zijn dat er tussen de 10.000 en 15.000. Veel joden zijn gevlucht voor het toenemende antisemitisme.
Chavez stimuleert het antisemitisme met uitspraken als ‘ joden zijn den nakomelingen van degenen die Christus kruisigden’ en ‘joden zijn een minderheid die al het goud op de planeet in handen hebben’.
Dit jaar werden twee synagogen aangevallen en beklad. Een hoogleraar riep in de krant op tot een boycot van joodse zaken, ook zou het eigendom van joden die Israël steunen moeten worden geconfisqueerd.
De VS Commissie voor Religieuze Vrijheid bracht er recent een rapport over uit en zette Venezuela op een lijst van landen waar de godsdienstvrijheid onder druk staat: ‘antisemitische opmerkingen door de regering en staatsmedia hebben een vijandig klimaat veroorzaakt waarin Venezolanen rabbi’s bedreigden, antisemitische leuzen op joodse zaken aanbrachten en opriepen tot een boycot van joodse zaken’.
Volgens het rapport verkeren ook katholieken in de gevarenzone. Er zouden herhaaldelijk aanvallen zijn gepleegd op katholieke leiders en instanties. De pro-Chavezgroep La Piedrita die ook geweld pleegt tegen de media, gooide gasbommen in het huis van de pauselijke nuntius. Een andere pro-Chavezgroep bezette de residentie van de aartsbisschop van Carácas. Bij geen van beide incidenten vonden arrestaties plaats.
Zie ook:
Antisemitisme neemt toe in Venezuela
Chavez stimuleert antisemitisme in Venezuela

Wallstreet Journal, 1 mei 2009
Villamedia, 10 februari 2009