Nederland, juni 2009
Van de Marokkaans-Nederlandse jongemannen in Rotterdam in de leeftijd van 18 tot 24 komt bijna 55 procent met de politie in aanraking op verdenking van een delict. Voor Antilliaanse en Surinaamse Rotterdammers van dezelfde leeftijd is dat 40 procent, voor Turks-Nederlandse mannen 36, en voor autochtone Rotterdammers 18,4.
Dit blijkt uit cijfers van criminoloog Frank Bovenkerk. Volgens de criminoloog wordt misdaad al jaren verkeerd berekend. Door het koppelen van politiebestanden en cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kunnen verdachten uit de eerste en tweede generatie migrantengroepen in beeld worden gebracht.
In absolute zin zijn deze cijfers aan de lage kant, omdat per jaar wordt gemeten. Een 18-jarige die in 2006 een roofoverval pleegde, komt niet voor in de statistieken van 2007. Bovenkerk: ‘90 procent van de jongens met een Marokkaanse achtergrond recidiveert, tegenover 60 procent van de autochtonen’.
Bovenkerk verwacht dat de Rotterdamse cijfers ook gelden in andere steden.
- Volkskrant, 4 juni 2009