Hoe beter jongeren geïntegreerd zijn, hoe grotere kans op radicalisering: 'weinig bewijs voor discriminatie'

België / Nederland, februari 2015

Etnografische onderzoekster Marion van San van de Erasmus Universiteit zegt in een opiniestuk in de Standaard dat Syriëgangers hogere maatschappelijke verwachtingen hebben dan anderen en daardoor vaak gevoeliger zijn voor uitsluiting en (vermeende) discriminatie: ‘hoe beter jongeren geïntegreerd zijn, hoe groter de kans is dat zij radicaliseren’.
Ze vindt bewijs voor die stelling in het feit dat geradicaliseerde jongeren voor hun radicalisering vaak erg ‘westers georiënteerd’ zijn, uitgaan, alcohol of drugs gebruiken, en zich later hebben bekeerd. In veel gevallen hebben ze hun school afgerond en is hun vriendenkring etnisch gemengd.
Van San: ‘Ook de Belgische gezinnen waaruit jongeren vertrokken zijn, zijn niet allemaal afkomstig uit de lagere klasse. De jongeren die vertrokken zijn, zijn niet allemaal laaggeschoolden en gefrustreerden en voor de discriminatie waarvan zij het slachtoffer geweest zouden zijn, is op casusniveau meestal weinig empirisch bewijs te vinden.’
Van San doet onderzoek bij families van jongeren die naar Syrië zijn afgereisd, waardoor ze nauwe contacten heeft 90 gezinnen. Het gaat om heel diverse, vaak harmonieus levende families. Uit de contacten blijkt dikwijls de onmacht van de ouders om de radicalisering van hun kind terug te draaien. Van San stelt dat overheden niet de illusie moeten hebben dat maatregelen tegen armoede of discriminatie radicalisme en extremisme zullen voorkomen.

Standaard, 2 februari 2015
Reactie van Van San op kritiek op haar artikel in de Standaard. Doorbraak, 12 februari 2015