Nederland, februari 2010
In de Omar Al Farouk-moskee in Utrecht Overvecht bekeren op de derde Nationale Bekeerlingendag 4 vrouwen en 4 mannen zich tot de islam voor een publiek van een paar honderd mensen. Ze bekeren zich vanwege ‘de warmte, de waardigheid, het goeddoen’.
De nieuwe zusters volgen in het vrouwengedeelte van de moskee tussen talloze hoofddoeken en een paar nikaabs de preken van moslimsprekers in het mannengedeelte.
Tijdens de dag ontspint zich een discussie tussen twee moslima’s over het dragen van een hoofddoek op het werk. De een is Nederlandse die trouwde met een Marokkaanse man, ze vindt de hoofddoek niet echt essentieel voor het geloof. Haar buurvrouw, een volledig in het zwart gehuld Marokkaanse: ‘het is je récht een hoofddoek te dragen op het werk. Neem een advocaat’. Haar buurvrouw antwoordt: ‘ik ben kostwinner. Verstoorde arbeidsverhoudingen kan ik me niet veroorloven’. De vrouw in het zwart: ‘je moet leven naar de wetten van de islam’. Haar buurvrouw vraagt: ‘werk jij?’ Het antwoord is nee.
- NRC, 2 februari 2010